Wanneer het werk niet het probleem is
Soms lijkt een werksituatie te gaan over een collega, een overleg of een moeizame samenwerking, maar wordt er in werkelijkheid iets anders geraakt.
Zij kwam met de klacht dat ze zich in het contact met haar collega steeds overrompeld voelde en uit haar balans werd gebracht. Opmerkingen van die collega brachten haar van haar stuk en hielden haar dagen bezig. Rationeel wist ze dat ze niets verkeerd had gedaan, maar zo voelde het niet. Ze besteedde steeds meer tijd aan de voorbereiding van gesprekken en dat kostte haar veel energie.
In een oefening liet ik haar letterlijk positie innemen: eerst op haar eigen plek, daarna op die van haar collega. Het verschil was onmiddellijk voelbaar. Op haar eigen plek werd ze klein en wiebelig, met spanning hoog in de borst. Op de plek van de ander voelde ze zich stevig en zelfs onverschillig.
Door niet te analyseren maar nauwkeurig waar te nemen wat zich liet zien, werd duidelijk dat de spanning niet primair in de samenwerking zat. Ze herhaalde onbewust een oud patroon: zich aanpassen, inslikken, zoeken naar goedkeuring, steeds harder werken.
Mijn rol was niet om dit te verklaren of op te lossen, maar om het patroon zichtbaar te maken en haar te begeleiden op het moment waarop ze kon uitspreken wat ze al lang inhield. Toen ze dat deed, zakte de spanning weg. Haar houding veranderde. Ze stond letterlijk anders.
Toen ze daarna in dezelfde oefening opnieuw tegenover haar collega stond, voelde ze zich groter, gelijkwaardiger, steviger en meer in contact.
Die verandering werkte door in haar dagelijks werk: gesprekken verliepen rustiger, grenzen werden duidelijker en de samenwerking verbeterde daadwerkelijk. Niet van de een op de andere dag, maar elke dag een beetje.
Dit is wat er gebeurt wanneer iemand weer kan luisteren naar zichzelf en haar plek inneemt. Niet door harder te werken aan gedrag, maar door preciezer te kijken naar wat er onder de oppervlakte speelt. Dáár begint echte beweging.